De Cane Corso Italiano heeft nr 343 op de FCI-standaard lijst.
FCI-classificatie: Groep 2, Pinschers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden.
Sectie 2.1: Molosside rassen, type Mastiff

 

fci standaard fotoa

De directe voorouder is de oude Romeinse Molosser, in het verleden geheel verspreid over Italië. In het recente verleden was het ras gangbaar in de provincie Apulië en in de aangrenzende regio's van Zuid-Italië. Zijn naam is afgeleid van het Latijnse 'cohors', wat beschermer, bewaker van het erf betekend.

ALGEMENE VERSCHIJNING
De Cane Corso Italiano is een middelgrote hond. Robuust, fors doch elegant gebouwd, met een droge en krachtige bespiering.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
De lengte van het hoofd bereikt 36% van de schofthoogte. De bouw van de hond is iets langer dan hoog.

GEDRAG / KARAKTER
Als bewaker van eigendommen, familie en het vee heel levendig en snel reagerend. Werden in het verleden gebruikt bij het hoeden van vee en bij de jacht op groot wild.

HOOFD
Breed en typisch molosserachtig, de bovenste lengte-assen van de schedel en de snuit lopen iets naar elkaar toe. De schedel is breed bij de jukbeenderen: de breedte is groter of gelijk aan de lengte van de schedel. Het breedste deel van het hoofd zit dus naast de ogen. Gewelfd voorhoofd met een goed gemarkeerde stop, die naar het achterhoofd tamelijk vlak wordt. Zichtbare plooi middenvoor. De neus is groot met wijde, open neusgaten en loopt parallel met de neusrug. De neus is zwart.

Snuit
is groot en zwart met wijde, open neusgaten. De neus loopt evenwijdig aan de neusrug. De voorsnuit is zichtbaar korter dan de schedel, verhouding schedel voorsnuit is 1:2. Is krachtig en vierkant. De voorzijde van de voorsnuit is recht. De voorsnuit is breed, vierkant, net zo breed als lang. De neusrug is recht en de voorsnuit versmalt nauwelijks of niet naar de neuspunt toe.

Lippen
De bovenlippen van opzij gezien, hangen de lippen matig. Ze bedekken de onderkaak zodanig,dat het onderste deel van het profiel gedomineerd wordt door de lippen.

Kaken en tanden
Kaken zeer groot, dik en gebogen. Lichte ondervoorbeet (optimaal is 5 mm, toegestaan tot 10mm). Tanggebit acceptabel, maar niet gewenst.

Ogen
Middelgroot, ovaal van vorm, naar voren gericht en licht uitpuilend. Nauwaansluitend ooglid. Kleur van de iris zo donker mogelijk, afhankelijk van de kleur van de vacht. Intelligente en waakse blik.
Oren
Ongecoupeerd, driehoekig, hangend, met brede inplant, hoog geplaatst boven de jukbeenboog.
In sommige landen worden de oren nog steeds gecoupeerd tot korte driehoek.

HALS
Sterk, overwegend droog, gespierd, even lang als het hoofd.

LICHAAM
Het lichaam is iets langer dan de schofthoogte. Stevig gebouwd maar niet gedrongen. De rug is recht, zeer gespierd en stevig. De lendenen zijn kort en krachtig, de achterhand is lang en breed, licht schuin aflopend. De borstkas is goed ontwikkeld in drie dimensies en loopt tot aan de elleboog.
 
STAART
Hoog ingeplant en breed bij de inplant. In actie wordt de staart geheven, maar nooit gekruld of recht omhoog gedragen. In bepaalde landen wordt de staart nog steeds bij de vierde wervel gecoupeerd.

LEDEMATEN

Voorste ledematen
De schouder is lang, schuin en zeer gespierd. De opperarm is sterk, de onderarm recht en zeer sterk. De middenvoorvoet is droog en licht hellend, voet als een kat.
Achterste ledematen
De dij is lang, breed en achterwaarts gewelfd. Het been is krachtig en niet vlezig, de enkel matig gehoekt, middenvoetsbeentjes dik en pezig. De voeten zijn iets minder compact dan de voorvoeten.
Het gangwerk bestaat uit lange stap met uitgestrekte draf. Het gewenste gangwerk is draf. De huid is vrij dik en sluit strak aan op de onderliggende lagen.
VACHT
Beharing
Kort, glanzend, erg dicht met lichte ondervacht.

Kleur
Zwart, loodgrijs, leisteengrijs, lichtgrijs, zandkleur, lichtrood, donkerrood, gestroomd (strepen van verschillende tinten rood of grijs op een meestal zwarte ondergrond).
Bij de fawn (zand - rood) en gestroomde vachtkleur hoort een zwart of grijs masker op de snuit dat niet verder mag gaan dan de lijn van de ogen.
Een kleine witte vlek op de borst, op de uiteinde van de voeten en op de brug van de neus is aanvaardbaar.

SCHOFTHOOGTE
Reu: van 64 tot 68 cm, teef: van 60 tot 64 cm (afwijkingen van 2 cm zowel naar boven als beneden toegestaan).

GEWICHT
In verhouding tot de grootte: reu 45 tot 50 kg, teef 40 tot 45 kg.

FOUTEN
Elke afwijking van de omschrijving van voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, de ernst van de fout moet bekeken worden in de mate en het effect ervan op de gezondheid en welzijn van de hond.

ERNSTIGE FOUTEN
De assen van de snuit en schedel lopen parallel of teveel naar elkaar toe, de zijkanten van de snuit lopen naar elkaar toe (= convergentie)
Gedeeltelijk niet gepigmenteerde neus
Scharend gebit, te grote ondervoorbeet
Krulstaart, staart in verticale positie
Telgang
Groter of kleiner dan toegestane hoogte

DISKWALIFICERENDE FOUTEN
Agressief of schuw
Duidelijke fysieke- of gedragsafwijkingen
Assen van de snuit en schedel lopen uiteen (= divergentie)
Totaal niet gepigmenteerde neus
Holle neus
Boven voorbeet
Gedeeltelijke of volledige oogleden depigmentatie
Staartloos of te korte staart
Halflang of krullend haar
Alle kleuren die niet in de standaard genoemd worden, grote witte plekken

NB: Reuen moeten twee normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

Copyright © 2015 Onze Cane Corso.nl All Rights Reserved.