De Rasstandaard

De Rasstandaard bij honden bestaat uit een aantal raspunten die de ideale vertegenwoordiger van het ras beschrijven.  

De Rasstandaard wordt vastgesteld door de FCI. De Fédération Cynologique Internationale (FCI) is een wereldwijd overkoepelend orgaan op het gebied van rashonden (kynologie). De FCI is een samenwerkingsverband van een groot aantal nationale kennelclubs.
De Nederlandse Raad van Beheer en de Belgische Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus zijn aangesloten bij de FCI. De leidende kennelclubs van onder andere de Verenigde Staten en Groot-Brittannië echter niet. Door de FCI vastgelegde internationale regels en afspraken zijn in die landen dan ook niet altijd van kracht. Dit geldt bijvoorbeeld voor classificatie van hondenrassen.

De FCI werd opgericht in 1911, hield op te bestaan in de Eerste Wereldoorlog en werd heropgericht in 1921. Begin 2013 zijn er 87 leden en worden 343 rassen erkend.

In de hondensport wordt volgens de in de Fédération Cynologique Internationale (FCI) gemaakte afspraken de standaard opgesteld door de officiële rasvereniging in het land van oorsprong. De standaard wordt door de FCI vervolgens in verschillende talen (maar niet in het Nederlands) gepubliceerd. In landen die niet bij de FCI zijn aangesloten, zoals Engeland en de Verenigde Staten, kan een afwijkende standaard van kracht zijn.
In het algemeen bevat de standaard een korte beschrijving van de geschiedenis en het oorspronkelijke gebruiksdoel van het ras. In principe moeten aard en uiterlijk van het ras in overeenstemming zijn met gebruikdoel en historie, tenzij het duidelijk om een afgeleide vorm gaat, zoals een dwergras. In de praktijk zijn veel rassen echter niet meer geschikt voor hun oorspronkelijk taak. En wat het uiterlijk betreft is het bijna altijd nodig geweest om een keuze te maken uit de vele vormen van het oorspronkelijke landras. Bovendien heeft men bij veel rassen geprobeerd het uiterlijk te verbeteren, dat wil zeggen aantrekkelijker te maken.
Het grootste deel van de standaard bestaat uit een beschrijving van het exterieur, bij het ene ras meer gedetailleerd dan bij het andere. Maar hoe gedetailleerd de beschrijving ook is, het zal altijd zo blijven dat sommige punten, zoals de schofthoogte, meetbaar zijn, en andere niet. De ronding van de schedel of de kwaliteit van het gangwerk zijn kwalitatieve zaken, bij de beoordeling daarvan zal de ervaring en de intuïtie van de keurmeester een belangrijke rol spelen. Ook ter zake deskundigen kunnen en zullen het dus niet in alle gevallen met elkaar eens zijn.
Iedere afwijking van de raspunten is een fout, maar standaarden noemen meestal ook een aantal fouten waarop in het bijzonder gelet moet worden. Ook kunnen er uitsluitende fouten vermeld zijn, die altijd tot een negatief eindoordeel leiden, hoe goed de hond verder ook is.
Subjectieve elementen spelen ook bij de afweging van min- en pluspunten. In het verleden is wel eens geprobeerd te jureren met tabellen waarin voor ieder raspunt door de keurmeester uit een aantal waarden gekozen kan worden. Het eindoordeel is dan een kwestie van optellen en aftrekken. Dit systeem werd echter als een keurslijf ervaren en leidde tot onbevredigende resultaten.
Een standaard geeft tenslotte een korte beschrijving van het gedrag van het ras. De indruk die de keurmeester krijgt van het karakter van de hond kan het eindoordeel beïnvloeden, ook al gaat het om een exterieurkeuring.

 

Bron: http://nl.wikipedia.org

Copyright © 2015 Onze Cane Corso.nl All Rights Reserved.