Het karakter van de Cane Corso

Door Danilo Giorgio

De term “KARAKTER” is actueel en vaak besproken in artikelen, door auteurs die meestal geen specifieke raskennis hebben of zelfs kennis van de algemene psychologie van de hond. Hiermee onbewust en soms zelfs bewust commotie en verwarring veroorzakend door het geven van onbruikbare soms onware informatie. De ENCI heeft op een keurmeesteroverleg 2 opmerkingen gemaakt, die mijn waarschuwing hierover benadrukken.

1) De ENCI heeft nu en in de toekomst meer hulp nodig van een rasvereniging, gespecialiseerd in het individuele ras in een     kynologisch opzicht.

2) Dat de waarde en de kynologische evaluatie van het ras niet alleen afhangt van de resultaten behaald in shows op gebied     van exterieur, maar ook in harmonie moet gaan met de psychologische kant en het functionele van de hond. Uiteraard     zonder zichtbare lichamelijke gebreken.

Er is altijd het gevaar en risico van de visie gebaseerd op alleen die exemplaren die voor hun de esthetische en morfologische kwaliteiten hebben en de parameters die de rasstandaard beschrijven, zo goed mogelijk benaderen. Vanuit dit oogpunt wil ik een kleine kanttekening plaatsen: de uitgebreide Italiaanstalige standaard van de Cane Corso, zoals gepubliceerd door de ENCI, is zowel voor het morfologische gedeelte als de afmetingen zeer precies en gedetailleerd en is een van de meest uitgebreide standaards in de letterlijke zin van het woord. In alle jaren die ik ermee gewerkt heb en de waardevolle pogingen van de onderzoekers, voor mij persoonlijk is er een pijnlijke "maar", ik zou zeggen “essentieel” gezien de hele kleine ruimte die gebruikt is voor het respect voor het ras. Het karakter van de Cane Corso is een van de meest charmerende kenmerken en heeft juist daardoor een adequate behandeling nodig. Vanuit het Grieks betekent het woord “karakter” “inprenting” en dat is een gedeelte van de persoonlijkheid van het individu, mens of hond. Het karakter is een som van eigenschappen verkregen door genetische en erfelijke invloeden, omgevingsfactoren, het fokken, de inprenting, de socialisatie, de training, de trainingen die het gedrag beïnvloeden. De analyse van de persoonlijke gaven van een hond, is zeker niet te reduceren tot 4 woorden en verdiend zeker een eerlijke en duidelijke beschrijving van de psychologie, maar er is altijd een limiet om dit te kunnen definiëren in mensentaal.

De persoonlijkheid van de hond bestaat uit:

HET TEMPERAMENT, de capaciteit om met snelheid te reageren op plezierige en onplezierige stimulansen. Hoe sneller hij is in reactie, hoe beter het temperament.

DE BEHEERSING, de capaciteit om situaties te tolereren, ook onplezierige stimulansen en om in korte tijd te herstellen en vergeten. Een hond is “traag” of “snel” hierin. De “trage” exemplaren zijn onbruikbaar. De “snelle” zijn de bruikbare exemplaren.

DE STRIJDLUST, is de natuurlijke gave die de capaciteit inhoudt om op onplezierige stimulansen te reageren met 2 gelijktijdige acties: te vechten en te bijten.

AGRESSIVITEIT, een natuurlijke en aangeboren kwaliteit verbonden aan het behoud van het soort. Het is de reactie wanneer de hond opvliegt om het gevaar uit zijn omgeving te verjagen of onschadelijk te maken. (voorbeeld: beperkte ruimte, verdediging van jongen, voer etc.)

VOLGZAAMHEID, de capaciteit van de hond om te accepteren dat de mens zijn natuurlijke superieure is, zonder dat deze onderdrukking en onderwerping gebruikt.

SOCIAALHEID, de capaciteit van de hond om te socialiseren met de mens.

WAAKZAAMHEID, de capaciteit om te waarschuwen bij de aanwezigheid van vreemden in de nabije omgeving of gevaren voor hond en mens te signaleren. De waakzaamheid is verbonden met het “territorium” en dat is de “ruimte” die de hond als de zijne beschouwd.

NIEUWSGIERIGHEID, de interesse van de hond in alles wat om hem heen is, met vooral het gebruik van geur; afgeleid van het instinct om te bewaken.

In de Cane Corso zijn de betere kwaliteiten en onderdelen van zijn persoonlijkheid die typisch tot dit ras behoren: de strijdlust, de volgzaamheid, de sociaalheid en de algehele moedige balans die van hem een kalme gebalanceerde hond maken. De balans van de Cane Corso, de daadwerkelijke kracht van zijn lef, presenteren de echte sterkte en de psychologische kracht van het ras, welke ontstaan uit een innerlijke moedige balans en daardoor van een uitmuntende genetische eigenschap welke benadrukt wordt bij gecontroleerde en correcte fok en gebalanceerd door een correcte relatie Cane Corso - eigenaar.

Hierdoor ontstaat het belang en de behoefte, gedeeltelijk al ingevuld door het SACC, van de CAL1 test, om het karakter van het ras te monitoren en te verifiëren, met boven alles de kracht van het lef en hierdoor de moedige balans van de hond. Recentelijk heb ik 40 Cane Corsos gekeurd voor CAL1 en ik moet zeggen dat ze niet alleen allen glansrijk zijn geslaagd. Maar dat we daarna zijn doorgegaan, alleen voor de training en om de strijdbaarheid beter te kunnen testen omdat dat niet mogelijk is met CAL1, omdat er daarbij geen contact met de hond wordt gemaakt, en ik moet zeggen dat 90% van de Cane Corso's in de strijdbaarheid test, zeer sterk de mouw pakken en de strijd aangaan met de “indringer”. Een meer verrassende en opvallende zaak is, dat zodra de “indringer” zijn agressie en strijdbaarheid stopte, alle honden en ik benadruk ALLE honden, direct weer onder controle waren en meteen terugkeerde naar hun rustige natuurlijke gedrag, waarbij ik gewoon naar het gebit kon kijken, tot grote verbazing van omstanders en de keurmeester die mij assisteerde. De Cane Corso, zoals ook de Boxer en andere Molossers, is geen nerveuze of instinctieve hond, hij is geen “bliksemschicht”, maar hij is bedachtzaam, gebalanceerd, een lichte Molosser, snel, maar niet te snel, omdat hij intelligent is neemt hij de tijd voor reactie, hij neemt de tijd de situatie in te schatten en zal niet reageren indien niet nodig. Hij schat de stimulans in en is relaxt en heeft zijn reactie altijd onder controle.

Ik heb in de shows honden gezien die bijten en agressief zijn en timide omdat de eigenaar bang is dat ze de hond niet onder controle hebben en ze houden daardoor de hond te kort aan de halsband: goed, dit alles wijst op een fout systeem van educatie, verkeerde relatie mens/hond, gemiste socialisatie, te tolerant en soft, of ze willen dat de hond agressie en strijdbaarheid laat zien (vechten/bijten). De hond toont de frustratie van de eigenaar en laat niet zijn eigen karakter zien dat wordt onderdrukt door het gedrag van de baas. De Cane Corso is een rustieke hond, hij kan in alle verschillende omgevingen wonen, hij kan goed functioneren in veel verschillende gebruiken, we moeten niet vergeten dat de Cane Corso een karakterkaart is van een waakhond (territorium) of verdedigingshond (bodyguard) voor alle doelen.

Nu is het goed om duidelijk te maken dat de waakhond vaak verward wordt met de verdedigingshond: hij (waakhond) heeft een hele andere training nodig, meer ontwikkeling in de training dan de verdedigingshond.

De waakhond kan een klassieke hond zijn die blaft, hij kan mensen aanvallen die met niet de juiste bedoelingen het territorium binnendringen. Deze hond kan een bruisend nieuwgierig temperament hebben, oplettend de omgeving in de gaten houdend, huiselijk en niet te sociaal/over vriendelijk. De verdedigingshond is een technische training/voorbereiding, het is een zelfverzekerde hond die weet wat hij doet, het is een positieve ervaring die hij begrijpt en onthouden heeft als hij volwassen is, waarbij de eigenaar ook de verschillende reacties geselecteerd heeft en zo aan de hond geleerd heeft, van het commando en de controle van de eigenaar. Het is een proces van genegenheid van de hond naar de eigenaar, met een goede agressie, doorzettingsvermogen en een sterke strijdbaarheid en beet, het is een ontwikkeling waarbij de hond getraind moet worden door een ervaren trainer.

Een andere kwaliteit die in de standaard staat, die belangrijk is om te benadrukken is de liefde voor de baas, maar op de eerste plaats de kinderen en de familie. Er is niets mooiers dan de hond te zien met de kinderen, ze doen iets wat wij als volwassen vaak vergeten zijn dat wij dat ook kunnen: spelen.

Het is goed voor baby en pup om te leren, blij zijn, samen zijn, vertrouwen en zekerheid. In dit argument, de socialisatie samen, de imprint (eerste socialisatie) en training een specifieke behandeling, maar op dit moment hebben we geen tijd om hier dieper op in te gaan.

Voor de gebruiken van de Cane Corso zou de standaard moeten zeggen: waakhond, verdedigingshond, politiehond, speuren.

Een andere kwaliteit van de Cane Corso is dat hij een goede neus heeft. In het verleden is de Cane Corso gebruikt om wilde dieren te vinden als een hound, om als hulp te dienen vanwege zijn goede reuk capaciteit kan hij gebruikt worden voor vele werkzaamheden, zoals speurhond, maar ook voor het zoeken van mensen onder puin, hij is overal geschikt voor en soms met zulke uitmuntende eigenschappen, ook voor specifieke zaken als speurwerk, mensen bescherming, vastberaden doorgaan met wat hij moet doen en perse mensen te zoeken na een catastrofe bij puin e.d..

De standaard beschrijft het karakter heel gemakkelijk in 2 woorden: gemakkelijk trainbaar.

In deze discussie beperk ik me tot wat algemene opmerkingen, omdat ik geen gespecialiseerd trainer ben, maar ik heb veel Boxers getraind die ongeveer het karakter hebben dan de Cane Corso. Er is nog te weinig ervaring met Cane Corso testen en we moeten dan ook naar de ervaring kijken bij de shows, en als oplettend toeschouwer en gefascineerd door het ras, kan ik bevestigen dat de Cane Corso niet het karakter heeft dat hij bij het trainen 360 graden kan veranderen. Zijn aanpassingsmogelijkheden zijn behoorlijk, maar zijn wil om te werken zoals bv in behendigheid waar constante actie vereist wordt, zijn in de testen de acties meer impulsief. Hij is echter beter om zijn concentratie tot kortere momenten te beperken. Kijkend naar andere rassen leert hij echter snel, ook met een sterk karakter, maar hij heeft een heel goed geheugen en daarom kan hij als volwassen hond veel aangeleerde dingen doen. Het spel is de beste manier om een training te beginnen. Dit betekent dat de hond de ervaring moet hebben om met plezier te leren en om zo een band op te bouwen tussen baas en hond.

De Cane Corso wordt echter net als alle andere honden getraind, maar bij de jonge hond moet opgelet worden dat het een positieve socialisatie betreft bij de training en niet een onderdrukking van zijn natuurlijke temperament. Ik wil nu een opsomming in kaart brengen van het karakter van de Cane Corso en zijn typische gedrag (“WERK STANDAARD”) tijdens het speurwerk, obedience en persoonlijke bewaking (bodyguard) werkzaamheden. Het profiel van de persoonlijkheid van de Cane Corso is als volgt:

voldoende levendig temperament, een behoorlijke aanhankelijkheid met een sterke aansluiting op de capaciteiten van de eigenaar, sociaal, als nodig dominant, oplettend naar de mens, hoge strijdvaardigheid, veel positieve nieuwsgierigheid. Een jonge hond leert alles heel snel, maar bij een oudere hond wordt dit wat trager. Hij heeft een best geheugen. Bij speurwerk heeft hij uitmuntende capaciteiten in verschillende specialisaties, met een goed uithoudingsvermogen en oplettend voor langere tijd; zijn gangwerk gaat tijdens het speuren behoorlijk snel en bij een goede ondergrond en de juiste temperaturen en een duidelijk spoor soms zelfs over in een galop. De hond brengt de gevonden objecten heel snel naar de baas, waardoor er een risico is dat de hond het te vroeg los laat doordat de baas te traag is.

Werken in de obedience: De Cane Corso lijkt traag te leren als er op een te late leeftijd begonnen wordt met de training (na 12 maanden), terwijl hij juist razendsnel leert als op jonge leeftijd reeds begonnen wordt (4/5 maanden). Een belangrijke rol bij de training op jonge leeftijd is het spel voor de hond en zijn nieuwsgierigheid, met daarbij een heel goed geheugen. Het gangwerk tijdens de obedience is snel en de Cane Corso is erg attent op de bewegingen van de handler en klaar om de commando’s op te volgen. Het is echter opvallend dat in sommige gevallen de hond er absoluut niet van houdt om wat te doen als het te warm is of als het te hard regent. In de oefeningen waarbij de hond de baas moet verlaten heeft de Cane Corso meer moeite, vanwege de aanhankelijkheid naar de baas.

Bij de apport is het opvallend dat de hond veel langzamer loopt bij het terugbrengen van het object, dan dat hij loopt om het object te halen, omdat hij dan vaker te bezitterig is over het object en het niet graag achterlaat bij de baas.

Bij het onderdeel waar de reactie op vreemden wordt getest is het vaak de nieuwsgierigheid van de hond die overheerst, waarbij het belangrijk is dat de vreemde die de hond benaderd het ritueel uitvoert met kennis van normaal hondengedrag; de hond raakt alles graag aan met de buitenkant van de voorsnuit, maar dit is absoluut normaal hondengedrag.

Werken als verdedigingshond/bodyguard: Het gangwerk van de hond bij het afzoeken van het veld en de mogelijke verstopplaatsen gaat snel, vaak overgaand in galop. Bij het vinden is de blaf vol en diep, waarbij het normaal is dat er een moment van vertraging is, omdat het een typisch ras is wat weinig blaft. Hij is altijd alert en klaar om te gaan, in de achtervolging is hij snel en in een vastberaden galop.

Het beste verdedigt hij als de baas benaderd wordt. Hierbij toont hij kort een agressieve impuls, maar wel een aanhoudende intensieve strijdbare houding. Hij houdt ervan dat de mouw hoog gedragen wordt en daarbij een langdurige snelle beweging, waardoor hij op de mouw gefixeerd blijft en niet op de overige ledematen, waarbij hij de mouw met een stevige beet vol in zijn bek neemt. Stopt de aanval dan ontspant de hond zich direct, waarbij hij wel oplettend blijft. Zodra het gedaan is verandert de hond direct weer naar zijn eigen normale gedrag. Als hij de mouw neemt, dan neemt hij het midden van de onderarm vol in zijn bek.

Ik wil nu afsluiten met een uitnodiging voor alle fokkers, alle partners van het SACC en alle liefhebbers van het ras. Jullie hebben nu kennis gemaakt met de werktesten die zijn ontwikkeld om het karakter van het ras te monitoren en te behouden in de fok, het bezitten van deze werkcapaciteiten zijn typisch voor het ras en daardoor moeten ze behouden blijven.

Het stopt niet bij het begrijpen van de training en de balans van de psychische gezondheid, in de fokkerij, maar het is ook nodig om hierin te selecteren.

Walter Gorrieri vindt dat een niet getrainde hond niet toegelaten moet worden bij keuringen, omdat het hetzelfde zou zijn als het beoordelen van een boek, waarin niets geschreven staat: beide zijn van belang, het heeft geen waarde als het niet mogelijk is de hond te gebruiken.

Uit het S.A.C.C. nieuws nr.3, augustus 1997

Vertaling: Nancy Koper
La Grazia Di Dio Cane Corso Italiano
met de hulp van Denise Ruggeri en Patrizia Colosimo