De Cane Cantique1920 1 -216x353orso 

De Cane corso is van oorsprong een Italiaanse hond. Cane betekent hond en Corso is, zo neemt men aan, een verbastering van het Griekse woord Cortos, dat binnenhofbescherming betekent. En dat maakt tevens duidelijk waarvoor de hond toen bedoelt was: als bewaker van het landgoed en bescherming van vee tegen wolven en veedieven.

Omdat men vond dat er veel verwarring was over de afkomst van de Cane Corso (vaak werd gedacht dat hij uit Corsica afkomstig was), werd in het jaar 2000 besloten de naam te veranderen in Cane Corso Italiano.
Sinds de val van het Romijnse Rijk is de Cane Corso voor verschillende doeleinden gebruikt in heel Zuid-Italie, waar het ras veel voorkwam. Er waren locale versies die Can Curs, Can Guzzo, Cane-E-Presa of gewoon Molosso genoemd werden.cane corso 002
Verder wordt het ras genoemd naar het gebruik, Cane diMaccelaio (slagershond) of Cane di Carretiere (drijvershond) etc.
Het gebruik van het ras verschilde sterk. De oorspronkelijke taak was bewaking van het landgoed en bescherming van vee tegen wolven en veedieven. Wanneer de hond het vee moest beschermen, droegen ze een stekelige ijzeren halsband met pennen aan de buitenkant die VracErtask5cale werd genoemd. Deze halsband moest de keel van de hond beschermen wanneer deze werd aangevallen door wolven.

De oorsprong van de Cane Corso ligt in een ver verleden. De basis is de Canis Pugnax, de Romeinse strijdhond. Deze kwam voort uit de strijdhonden van de Molossers, die woonden in Albanië en Griekenland. We praten dan over de vierde eeuw voor Christus. In 1200 wordt de Cane Corso voor het eerst beschreven in de Italiaanse literatuur. Teofilo Folengo schrijft over hem in zijn gedicht 'Baldusén', in 1591 beschrijft Erasmo da Valvasone (1523-1593) hem in een gedicht 'La Caccia'.

De Romijnse etser Batholomeo Pinelli (1781-1835), die in zijn werk populaire Romense plattelands gebruiken en plattelands typen liet zien, was altijd te zien met een Cane Corso. Er is een ets die ze samen laat zien. Het ras was destijds al voor veel doeleinden gebruikt. Een hond, zeker een grote, moest nut hebben om te kunnen voortbestaan. De Cane Corso was in latere jaren vooral geliefd bij boeren,slagers,veldwachters en jagers.

Van de 1950 tot ongeveer 1980 wordt het ras in stand gehouden door een paar herders, rundveehouders, jagers en boeren in de meest geïsoleerde gebieden van Zuid-Italie (Puglia en Calabria). Dit waren eenvoudige mensen die al jaren hondestoria del cane corson fokten. De honden werden zorgvuldig geselecteerd en men gebruikte alleen de sterkste puppen van een nest. Op deze manier werd voorkomen dat men honden kreeg met mentale of fysieke problemen.
In de vijftiger jaren kwamen de in Italië bekende Kynologen professor Bonatti en professor Balotta in aanraking met de Cane Corso. Ze waren direct enthousiast over wat zij zagen. In de beeldvorming rond de Cane Corso werden vele oude geschriften, schilderijen en tekeningen bestudeerd om een zo juist mogelijk beeld van het ras te schetsen. Het vervolg kwam op dat moment niet van de grond omdat men over te weinig rastypische honden beschikte en er te veel tijd verloren ging in zoektochten naar honden die zouden moeten bijdragen aan het herstel van het ras.

Het fokprogramma liet proffesor Bonatti echter niet los en aan het eind van de zeventiger jaren blaast hij samen met Dr. Breber weer nieuw leven in het fokprogramma. Wanneer Prof. Bonatti en Dr. Breber in de provincie Foggia zijn, worden ze gewezen op een vijftal honden, waarvan zij er één aanschaffen, een teefje, Mirak genaamd.
Tussen 1975 en 1978 worden uit dekkingen geselecteerd. Deze zes bewezen een molossoide karakter te hebben, maar waren qua uiterlijk niet homogeen. Sommigen hadden te korte of te lange neuzen, anderen hadden een schaar of tanggebit.

Na deze teleurstellende ervaring wordt een meer gedegen herstel programma voor de Cane Corso opgezet. Prof. Casolini en signor Serene, Kynologen en keurmeesters, hebben hierbij hun medewerking verleend. De eerste honden die gebruikt werden voor dit opgezette herstel en fokprogramma waren Brina, Tipsi en Dauno, speciaal

basir2

vanwegen hun homogeniteit die de aandacht krijgen.

Twee honden in het bijzonder, uit de combinatie Tipsi x Dauno, ontpoppen zich als basis voor het herstelprogramma, Basir en Bulan. De volgende stap van Dr. Breber is het vers

preiden van de opgedane kennis over de Cane Corso. Hij heeft hier inmiddels contact over gehad met een groepje enthousiastelingen. In oktober 1983 vin

dt de eerste officiële bijeenkomst plaats, Raduno noemt men dit in Italie.

Er zijn twaalf volwassen Cane Corso's aanwezig. Dr. Ventura heeft de taak deze eerste Cane Corso's te keuren. Men was zeer tevreden over de goede kwaliteit en homogeniteit van de aanwezige honden. Tijdens deze Raduno wordt besloten om een rasvereniging op te zetten.

De Cane Corso werd in november 1996 erkend door de FCI. Van de herontdekking in de vijftiger jaren, het opzetten van een fokprogramma in de zeventiger jaren tot en met de officiële erkenning in 1996 is een immens belangrijke klus geklaard in Italië, die eigenlijk nog steeds niet af is. Een strenge selectie op gezondheid en rastype is vereist.

 

 

Copyright © 2015 Onze Cane Corso.nl All Rights Reserved.